help 150Je herinnert je een juf of meester die ontzettend goed kon vertellen. Ademloos kon je naar hem luisteren, en niet alleen jij, nee de hele klas hing aan zijn lippen. Nu je zelf leerkracht bent / wordt, wil je dat ook kunnen. En daarom besluit je om in je klas ook verhalen te gaan vertellen.

Je hebt je goed voorbereid en begint enthousiast. Maar... de kinderen zijn niet het hele verhaal zo geboeid als je verwachtte. Sommigen beginnen zelfs opeens door je verhaal heen te praten! Anderen kijken verveeld naar de muur. En je denkt bij jezelf: dit kan ik niet.

Maar is dat echt zo? Net zoals alle andere vaardigheden leer je verhalen vertellen door het te doen, daarop te reflecteren / feedback te krijgen en het dan de volgende keer beter te doen. In dit artikel wil ik je drie vragen stellen die je kunnen helpen bij die reflectie.

help 50Past dit verhaal bij jou?

Je kijkt de leerlingen aan en je vertelt je verhaal. Onbewust voelen ze feilloos aan wat het verhaal voor jou betekent. Raakt het jou? Vind je het grappig? Enthousiasmeert het je? Als een verhaal jou niet raakt of iets te zeggen heeft, zal het leerlingen ook niet zoveel zeggen. Waarom zouden ze luisteren naar iets waar de juf ook niet echt enthousiast over is?

Kies de volgende keer een verhaal met daarin iets wat jou inspireert, of doet lachen, of raakt, of fascineert. Tips over waar je verhalen om te vertellen kunt vinden vind je hier.

help 50Past dit verhaal bij de leerlingen?

Bij het vertellen van een verhaal is het belangrijk dat het verhaal beelden bij leerlingen oproept. Ze zien het als het ware voor zich. Dat gaat niet als je over dingen vertelt die te ver buiten hun belevingswereld liggen. Daar kunnen ze zich dan niets bij voorstellen. Je moet dus de keuze van je verhaal aanpassen aan de leeftijd van de kinderen.

Je kunt dit kort samenvatten met 'Hoe jonger de kinderen, hoe dichter bij huis'. Voor kleuters vertel je verhalen die zich afspelen op plekken die ze kennen (thuis, school, de wijk, bij opa en oma, in het bos, etc.). Als kinderen ouder worden ontdekken ze meer van de wereld. In groep 5/6 staan meestal vakken als aardrijkskunde en geschiedenis op het programma. Aan die leerlingen kun je wél vertellen over Willem Barentsz en Nova Zembla. Kinderen in groep 7/8 hebben een nog groter vermogen om in je verhaal mee te gaan naar plekken en tijden die ze niet kennen. Voor deze oudere kinderen is het wel belangrijk dat ze het gevoel hebben dat ze niet behandeld worden als kleuters. Een verhaal zoals 'Kikker is Verliefd' vertel je niet voor deze leeftijdsgroep.

Kijk ook eens naar hoe lang je vertelt. Luisteren is iets dat je ook moet leren! Als je merkt dat de aandacht na 10 min. afdwaalt, kies dan verhalen die niet langer duren. Kennelijk ligt daar ofwel de grens van hoe lang kinderen kunnen luisteren, ofwel de grens van hoe lang jij kinderen op dit moment kunt boeien.

help 50Wat voor gedrag verwacht je van de leerlingen?

Sommige leerkrachten vertellen terwijl de kinderen na de pauze drinken opdrinken en een tussendoortje eten. Anderen vertellen 's morgens vroeg als iedereen in de kring zit of aan het eind van de middag. Bij sommige leerkrachten mag een kind onder het verhaal tekenen, bij andere niet.

Kinderen proberen uit waar de grenzen liggen, dat geeft ze duidelijkheid. Als een leerkracht voor het eerst zonder boek verhalen vertelt, is dat ook voor sommige kinderen een nieuwe situatie. De juf die praat tegen mij... mag ik dan ook terugpraten? Dat is eigenlijk een hele normale reactie. Het is dus belangrijk dat je bespreekt wat je van de kinderen verwacht. Dat geeft hen duidelijkheid en helpt ze ook om te luisteren naar je verhaal. Soms helpt het om van te voren te vertellen dat je een verhaal gaat vertellen. Zonder boek, dus als er een hoop tussendoor gebeurt raakt de juf het verhaal kwijt. Benoem dat we blijven zitten, en dat we één ding doen: naar het verhaal luisteren.

Druk gedrag en impulsief er iets tussendoor roepen is vaak gewoon enthousiasme. Kinderen vinden het geweldig dat je een verhaal vertelt en willen graag meedoen! Door ervaring zul je leren wanneer je daar wel in mee kunt gaan en wanneer niet. Als je merkt dat kinderen te druk worden voor het verhaal, kijk dan heel geheimzinnig en eindig met 'en hoe dat afloopt, vertel ik een volgende keer'. Of laat ze kort in tweetallen bedenken hoe het verhaal af gaat lopen. Je vraagt dan aan drie kinderen om dat te vertellen. Zeker weten dat iedereen er dan weer bij is omdat iedereen wil weten of het afloopt zoals ze het bedacht hebben!

Blijf verhalen vertellen!

Goed leren vertellen kost tijd en doorzettingsvermogen. Les krijgen erin of een opfriscursus volgen is belangrijk, maar je leert het uiteindelijk pas echt door het in je eigen klas veel te doen.

Iemand schreef eens:

De eerste tien keer een verhaal vertellen is pittig, daarna begint het goed te lopen en als je dertig keer verteld hebt, wil je niet meer stoppen!

Alhoewel ik merk dat je gelijk in het begin al met veel plezier verhalen kunt vertellen, klopt het wel dat hoe meer je vertelt, hoe leuker en beter het gaat. En hoe meer je kinderen mee kunt nemen in je verhaal. Verwacht dus niet van jezelf dat het gelijk vlekkeloos verloopt. Dat verwachtten de leerlingen ook niet van je. Je hoeft niet geweldig te kunnen vertellen om toch samen met hen op avontuur te gaan.

Hierboven stelde ik je drie vragen om te reflecteren. Ik hoop dat ze je verder helpen.

Welke tips heb jij voor leerkrachten als het verhalen vertellen nog niet zo'n succes is?

Ebook Juffen en Meesters Onvergetelijke Verhalenvertellers

Gratis inspirerend ebook (13p.)

  • over onvergetelijke juffen en meesters
  • over onvergetelijke vertelde verhalen
  • en met een verhaal dat ook jij kunt vertellen in jouw klas

Voornaam

E-mailadres

Door het ebook aan te vragen abonneer je je ook gelijk op de gratis maandelijkse nieuwsbrief. Wil je die in de toekomst niet meer ontvangen dan kun je je eenvoudig afmelden.

Ga naar boven